
De Trump-regering dient de wereldeconomie en zeker ook Europe via tarieven pijnlijke klappen toe. Toch liggen er volop mogelijkheden deze om te zetten in kansen. De plannen daarvoor zijn er en het momentum ook.
De Amerikaanse regering voert op alle importen tarieven in, die gemiddeld ruim 25% zullen bedragen, wat nog hoger is dan eerder gevreesd. Vooral China moet het ontgelden met een tarief van 54%. Hoewel Trump veel werkgelegenheid en investeringen belooft, kunnen Amerikaanse consumenten op korte termijn vooral flink hogere kosten verwachten. Er zijn simpelweg niet voldoende Amerikaanse fabrieken om de importen te vervangen. Een gemiddeld Amerikaans huishouden zal naar onze verwachting duizenden dollars per jaar extra gaan betalen. De financiële markten gaan, begrijpelijkerwijs, flink onderuit op het nieuws.
Zeer pijnlijk zijn de tarieven voor Azië. Niet alleen zijn de percentages hoger dan elders, veel Aziatische landen zijn relatief sterk gericht op exporten richting de VS. Vietnam en Thailand worden hard geraakt, maar ook de impact op Japan en Korea zal groot zijn. Ook de impact op China is duidelijk negatief, maar als percentage van de economie wat kleiner.
De Europese Unie kan rekenen op een tarief van 20%. Dat is iets lager dan waar eerder rekening mee gehouden werd. Op basis van eerder onderzoek verwachten we dat dit tarief leidt tot een daling van de export naar de VS met zo’n 15%. Omdat we weten dat Europese landen voor zo’n 2% van hun economie afhankelijk zijn van de vraag vanuit de VS, leidt een daling van de export met 15% tot een impact van 0,3% op de economie. Voor Nederland is dit effect iets lager, ongeveer 0,2%. Dit effect is overigens wat kleiner als de dollar, zoals we verwachten, in waarde zou stijgen door de afgekondigde tarieven.
Aan de andere kant: er komen indirecte effecten bovenop, als bedrijven hierdoor minder in Europa investeren of personeel ontslaan. En de Europese Unie zal als onderhandelingen mislukken in reactie ook weer tarieven opleggen en daarmee de negatieve impact op de economie nog vergroten. De ECB schatte de impact daarvan op zo’n 0,2% van het BBP, al werd daarbij niet duidelijk welke veronderstellingen hieraan ten grondslag lagen.
Het Amerikaanse beleid schaadt al met al de economie, zeker op lange termijn. We verlagen onze groeiraming voor dit en volgend jaar wat (eerder hielden we al rekening met de handelsoorlog, maar de tarieven zijn nog hoger dan gedacht). Tegelijk moeten we ook de nuance maken dat de schok veel kleiner is dan die van corona en ook dan van de sterke stijging van de energieprijzen door de oorlog in Oekraïne.
Europa moet in de actiemodus om de schade zo veel mogelijk te beperken. Er zijn op hoofdlijnen drie dingen die Europa kan doen:
1.De opbrengsten van de importtarieven kan de Europese Commissie direct weer terugsluizen naar de Europese economie, om het netto effect zo veel mogelijk te beperken.
2.Europa kan de banden met andere landen aanhalen. Hier worden al stappen op gezet met bijvoorbeeld de onderhandelingen rond Mercosur en met Zwitserland. Deze week gaf Ursula von der Leyen, de voorzitter van de Europese Commissie,aan dat ook de relatie met bijvoorbeeld India versterkt moet worden.
3.Europa kan zo snel mogelijk werken aan de verdere eenwording van de interne markt, om daarmee binnen de eigen grenzen de economie te versterken. Het IMF berekende eerder dat de interne belemmeringen voor goederen gelijkstaan aan een tarief van 44% en op diensten van 110%. Het slechten van deze belemmeringen kan op lange termijn de groei versterken. Het IMF schat de potentie in op 7% extra productiviteitsgroei.
Daarnaast is al duidelijk dat Duitsland meer gaat lenen, vooral voor infrastructuur, wat niet alleen het land zelf op korte en lange termijn economisch kan versterken, maar ook positieve effecten heeft voor andere Europese landen.
De economische klappen van de Trump-regering zijn op korte termijn pijnlijk, maar met beleid dat zich juist richt op vrijhandel, kan Europa hier op termijn economisch sterker uitkomen. Het goede nieuws is dat alle genoemde maatregelen al zijn voorgesteld door de Europese Commissie. Het politieke momentum voor meer economische vrijheid in Europa is groot, en het is in het belang van Nederland om deze kansen te grijpen.
Bron: ING